Hieronder volgt het verhaal van een client die, nadat de therapie was afgelopen, dit heeft opgeschreven voor haarzelf en het met mij heeft gedeeld. Ik was ontzettend enthousiast over hoe mooi en goed ze verwoord heeft wat lichaamsgerichte therapie inhoudt en betekent. Ik heb aan haar gevraagd of ik het mocht gebruiken voor een blog en dat mocht! Daarvoor dank!!
”Mijn avontuur”
Wat begon als een praktische keuze, werd een reis die ik nooit had kunnen voorspellen. Toen ik instapte in lichaamsgerichte therapie, dacht ik niet in termen van avontuur of ontdekking. Ik dacht in termen van oplossen. Ik liep telkens tegen dezelfde dingen aan en wilde dat “gerepareerd” hebben. Ik ging naar een therapeut, vertelde mijn verhaal, jij zou weten wat nodig was, mij handvatten geven, en dan kon ik weer door.
Ik had geen idee dat dit geen traject van fixen zou worden, maar een langzaam en soms confronterend thuiskomen. Thuiskomen in mezelf. In mijn lijf. In alles wat er al was, maar waar ik nog niet echt bij kon.
Onze eerste ontmoeting staat nog helder in mijn geheugen. Ik weet nog hoe ik je niet meteen kon vinden en we elkaar even spraken aan de telefoon. Zoals iedereen had ook ik vooraf een beeld gevormd. Een vrouw van mijn leeftijd, waarschijnlijk rustig, misschien wel zo’n geitenwollensok, want ja..dat ben je toch als je therapeut bent?! Ik liep je tegemoet, en daar stond jij: kleurrijk, open, levendig en toegankelijk.
Ik was benieuwd naar de kamer waarin dit alles zou plaatsvinden. In mijn hoofd zag ik zachte tinten, een serene sfeer, een comfortabele zachte sofa. In plaats daarvan liepen we een gym binnen. We gingen op een mat zitten, omringd door allerlei materialen. Ik voelde hoe ik even moest schakelen. Mijn verwachtingen pasten niet meer. En achteraf gezien was dat misschien wel het eerste signaal van wat dit traject zou worden: niets zou precies lopen zoals ik vooraf had bedacht.
Als ik terugkijk op die eerste sessies, zie ik mezelf daar zitten of eigenlijk: vastzitten.
Mijn lijf was gespannen, gesloten, alsof alles op slot stond, kiezen op elkaar en ademhaling hoog. Ik zat er als een plank bij. En daarmee begon het eerste hoofdstuk van mijn reis: het ontdekken dat ik een lijf héb, en dat dat lijf oké is.
“Mijn lichaam dat wakker werd”
In de eerste maanden realiseerde ik me hoe weinig ik eigenlijk wist van mezelf. Ik voelde van alles, maar had geen idee wat het betekende. Mijn lichaam gaf voortdurend signalen af, maar ik verstond de taal niet. Spanning bleek mijn basis toestand te zijn, zonder dat ik dat doorhad. Zelfs ademhalen voelde soms als, en was soms, letterlijk een opdracht.
Ik ontdekte ook iets wat mij verraste: hoe fijn ik fysiek contact eigenlijk vind. Dat stond haaks op het beeld dat ik van mezelf had. Ik dacht altijd dat aanraking alleen prettig was bij een heel klein groepje mensen die echt dichtbij staan. Daaronder lag een diepere overtuiging: dat het lijf er eigenlijk niet zo toe doet. Dat het slechts een tijdelijk omhulsel is. Dat het echte werk zich vanbinnen afspeelt, in mijn hoofd, in mijn mentale gesteldheid.
Mijn keuze voor lichaamsgerichte therapie kwam voort uit een verlangen om mezelf meer te uiten, om minder geremd te zijn, om wat van binnen leeft ook naar buiten te laten komen. Dat dit onlosmakelijk verbonden was met het accepteren van mijn lijf en het toelaten van nabijheid, had ik niet voorzien.
De eerste keren dat we tijdens sessies fysiek contact maakten, voelde dat ongemakkelijk. Wanneer je bijvoorbeeld je hand op mijn buik legde en ik daarheen mocht ademen, voelde ik tegelijkertijd dat het oké was én dat ik geen idee had wat er gebeurde. Ik lag er vaak gespannen bij, volledig in mijn hoofd. Maar langzaam veranderde dat. Deze oefeningen hielpen mij om uit mijn hoofd te zakken en in mijn lijf te komen. Ik begon te voelen wat er gebeurde, wat ik nodig had, en hoe ik daarin ondersteund kon worden. Wat eerst vreemd en ongemakkelijk voelde, kon ik steeds meer ervaren als steun en veiligheid.
“Mijn geschiedenis”
Na verloop van tijd verplaatste de aandacht zich naar mijn geschiedenis. Naar wat er in mijn verleden is gebeurd, naar trauma, naar mijn familie. Naar de vraag: waar kom ik vandaan, en wie ben ik eigenlijk?
Wat mij hierin het meest heeft verwonderd, is hoe weinig woorden soms nodig waren. Situaties waarvan ik dacht dat ze meerdere sessies zouden vragen, werden soms in één of twee keer helder. Ik voelde erkenning voor wat mij was aangedaan, voor wat ik had moeten dragen. Soms gingen we terug naar het moment zelf, niet om erin te blijven hangen, maar om daar iets te herstellen wat toen ontbrak.
Een van de meest betekenisvolle ervaringen in dit deel van mijn reis was het “leunen”. Na een zware sessie mocht ik letterlijk tegen je aan leunen. Mijn hoofd protesteerde meteen. Een volwassen vrouw van in de 40 die tegen iemand aan zit, dat hoorde toch niet? En toch gebeurde daar iets essentieels. In dat leunen voelde mijn kleine ik zich gezien en gedragen. Het bracht een diepe, stille heling, op een plek waar woorden nooit hadden kunnen komen.
“Een stem die vastzit”
Van daaruit kwam ik in een nieuw hoofdstuk: naar buiten treden. Met woorden. Met geluid. Met mijn lijf. Ik wilde mij uiten, zeggen wat ik voelde, maar simpele zinnen bleven steken. Mijn keel voelde letterlijk dichtgeknepen. Ook in het dagelijks leven ervoer ik die spanning, juist op momenten waarop iets voor mij echt belangrijk was.
Ik herinner me een sessie waarin ik geluid mocht maken, en het simpelweg niet lukte. Ik lag op de grond terwijl jij op een liefdevolle maar duidelijke manier druk uitoefende op mijn keel. De opdracht was om los te komen, jouw handen weg te duwen en geluid te maken. Het voelde als een fysieke worsteling, en dat was het ook. Een worsteling die nodig was. Alsof ik mij losmaakte van iets ouds. Ik begon niet ineens te schreeuwen; dat past niet bij mij. Maar er veranderde wel iets fundamenteels. Ik laat mijzelf nu meer horen, op mijn manier.
Het fysieke werken bleef hierin bevrijdend. Duwen, bewegen, dansen, slaan op een kussen, boksen. Steeds opnieuw bracht het mij terug in contact met mijn lijf en met mezelf.
“Het huis in mij”
Door alle sessies heen kwamen emoties en innerlijke stemmen naar boven. Ik was altijd sterk in het oordelend kijken naar mezelf. In dit proces kregen die stemmen vorm. Ik begon mijn innerlijke wereld te zien als een huis met verschillende delen: mijn volwassen ik, mijn kind-deel, mijn criticus. Ik ontdekte dat ik niet altijd vanuit mijn volwassen deel reageer, zeker niet wanneer ik getriggerd word. Wat ik leerde, is herkennen welk deel aan het woord is. Soms mag een deel even op de stoel zitten: ik zie je, je mag er zijn, maar jij hoeft nu niet te sturen.
Het erkennen van mijn kind-deel was misschien wel het moeilijkst. Jarenlang was mijn houding: niet zeuren, doorgaan. Maar hoe meer ik haar negeerde, hoe harder ze om aandacht vroeg. Door haar wel te erkennen, ontstond er ruimte en rust.
Als ik nu terugkijk, zie ik hoe groot dit avontuur is geweest. Wat begon met de gedachte dat ik iets kwam fixen, werd een reis van voelen, erkennen en worden. Geen snelle oplossing, maar een proces dat mij diep heeft veranderd.
Een avontuur dat ik, ondanks alles wat het van mij vroeg, niet had willen missen. Ik mis de sessies, het samen vertragen en voelen, en tegelijkertijd weet ik: dit mocht eindigen, omdat ik het nu zelf verder mag dragen.